Bert Romkes uit Urk is meer geld kwijt aan gasolie dan zijn vis opbrengt

zaterdag, 28 maart 2026 (12:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Urker boomkorkotter UK 34 Kobus jr., eigendom van de familie Romkes, ligt voorlopig in Harlingen omdat varen financieel onrendabel is door de forse stijging van de gasolieprijs. Het schip, een traditionele boomkorkotter uit 1992 van ruim 41 meter met een 1.499 pk-motor, verbruikt normaal gesproken zo’n 25.000 liter brandstof per week; bij tegenwind kan dat oplopen tot 28.000 liter. Sinds het uitbreken van de Iranoorlog is de prijs bijna verdubbeld; bij de laatste bunkering betaalde Romkes €1,04 per liter, waardoor alleen de brandstofkosten al rond de €25.000 kwamen te liggen — meer dan de wekelijkse opbrengst van de vangst (de zogeheten besomming).

De UK 34 vist met een boomkor over de bodem op tong en schol, een methode die veel vermogen en dus veel brandstof vergt. Vroeger verbruikte het schip zo’n 15.000 liter per week; de familie investeerde ooit in elektrisch vissen met de pulskor, maar die techniek werd na Franse lobbywerking door de EU verboden, waardoor een potentiële efficiëntiewinst wegviel. Naast brandstof moeten frequente kosten zoals salarissen (twee ingehuurde Filipijnse bemanningsleden zijn vast in dienst; vier Nederlanders varen op deelloon) en andere vaste lasten eerst van de besomming worden betaald voordat de bemanning kan verdienen.

Romkes heeft de kotter buiten dienst gezet en onderhoud naar voren gehaald — normaal gebeurt dat rond Pasen — en liet de motor nakijken. Ook speelt het seizoen mee: nu is een “zuinige” periode voor boomkorvissers vanwege de voortplanting van tong en schol, die minder vangsten oplevert omdat de vis naar andere gebieden trekt. De familie aarzelt ook schol te gaan vissen omdat dat meestal bij Denemarken gebeurt, waar brandstof nog duurder is.

In Urk vindt een overleg plaats tussen vissers, belangenorganisaties, afslagen, handelaren en toeleveranciers om mogelijke steunmaatregelen te bespreken. VisNed-directeur Geert Meun zegt dat de keten vissers tegemoet moet komen: handelaren kunnen kosten makkelijker doorberekenen dan vissers. Voorstellen zijn onder meer een toeslag bovenop de klokprijs op de afslag, het vastleggen van een bodemprijs of lobbyen voor een crisisbijdrage uit het Europese visserijfonds. Sommige kotterbazen kochten brandstof eerder in tegen een vaste prijs en zijn daardoor nog uitgevaren; anderen, zoals Romkes, deden dat niet en wachten op lagere olieprijzen.