Hoe Fritom Group vanuit Sneek na brand bij datacenter Almere razendsnel schakelt
In dit artikel:
Een grote brand bij het NorthC-datacenter in Almere zorgde donderdag voor landelijk uitval van systemen; veel organisaties waarvan servers in datacenter staan ondervonden vrijdag hinder. Voorbeelden zijn de Kamer van Koophandel (geen documenten aannemen), de Universiteit Utrecht (gebouwen dicht omdat toegangskaarten het niet deden), verzekeraars ASR en Univé, het CBS, vervoerder Transdev en rederij Doeksen (problemen met digitaal inchecken).
Volgens Stijn Grove van de Dutch Data Center Association was het voor Nederlandse begrippen een uitzonderlijke brand: de elektriciteitsruimtes en noodaggregaten raakten zwaar beschadigd, terwijl de datakasten met servers naar verluidt intact bleven. De capaciteiten van die noodstroomvoorzieningen zijn cruciaal om IT-diensten 24/7 draaiende te houden; juist die ruimte is door de brand getroffen. NorthC liet weten externe noodstroomvoorzieningen voor te bereiden om apparatuur van klanten weer op te starten.
Logistiek dienstverlener Fritom Group uit Sneek, actief met merken als Veenstra Fritom en Melkweg Fritom, belandde in crisismodus toen de digitale koppelingen wegvielen. CEO Arnold de Jong zegt dat de transportsector sterk gedigitaliseerd is en dat klantorders, planning en facturatie daarvan afhankelijk zijn. Om trucks in beweging te houden ontwikkelde het ICT-team in korte tijd een eigen app waarmee klanten orders kunnen plaatsen en vragen kunnen stellen. Dankzij die noodoplossing kon Fritom vrijdag de vervoersoperatie draaiende houden, al verwacht De Jong dat de storing kosten met zich meebrengt (extra inzet van personeel en mogelijke gemiste leveringen) en dat discussies over aansprakelijkheid kunnen ontstaan.
De brand fungeert volgens De Jong ook als een scherpe oefening: het bedrijf heeft medewerkers al voorbereid op langere inzet — eventueel in het weekend — en benadrukt dat werk ook thuis kan worden gedaan. De situatie onderstreept de kwetsbaarheid van bedrijven die zwaar leunen op externe datacenters en toont aan hoe snel organisaties creatief moeten handelen om operationele continuïteit te waarborgen.